Keuzes maken

 

 

 

 

Wat is keus:                Keer dat je kiest, aanbod waarin- waaruit je kunt kiezen, het besluit om uit verschillende mogelijkheden er één te nemen, afweging.

 

Wat is maken:             Iets laten ontstaan wat nog niet bestond, iets weer in orde brengen, tot stand brengen, creëren.

 

 

In deze wereld draait het om keuzes maken, beslissingen nemen. Er moet op sommige momenten gekozen worden waarvan wij denken dat dit het beste is. Keuzes maken komt voort uit dualiteit, ja of nee. Keuzes maken is ervaring, wijsheid, inzicht opdoen. Gemaakte keuzes in het verleden, maken je wie je nu bent. Uit keuzes maken komt een uitslag, een gevolg. Aan keuzes maken zit een gevolg. Het woord ‘gevolg’ klinkt misschien negatief maar kan ook positief zijn. Iedere dag, iedere minuut maken wij keuzes vanaf het moment dat wij opstaan totdat wij naar bed gaan.

 


Welk pad kies je

Je kunt keuzes maken zien als een pad kiezen. Je staat op een kruispunt en we kunnen kiezen uit; vooruit, linksaf, rechtsaf of achteruit. Ons doel in het leven is om vooruit te komen, om te leren, te groeien, om ons bewust te worden. Dit kunnen we bereiken door de paden te bewandelen, elk pad geeft zijn eigen ervaring aan ons af.

Vooruit kun je zien als goed, als toekomst. Achteruit kun je zien als slecht, als verleden. Opzij kun je zien als tussenstation waarin we nog niet helemaal weten of we voor of achteruit moeten en staan stil, als heden.

Welk pad we ook kiezen, we komen ergens uit. Als we ergens uitkomen hebben wij in de tussentijd ervaring opgedaan. De ervaring kan een goede of een slechte uitkomst hebben en daarmee ervaring. Een goede ervaring leert ons dat we een juiste keuze hebben gemaakt en we op de goede weg hebben gezeten, een slechte ervaring leert ons dat we een foute keuze hebben gemaakt en we op de verkeerde weg hebben gezeten en dat we in het vervolg een andere keuze moeten maken.

 

Ervaring opdoen

Ervaring komt uit keuzes maken, kiezen tussen. Je kunt niet ervaren wat je nog niet kent of weet. Door ervaring doe je kennis op. Dualiteit hebben we nodig om te kunnen ervaren en om tot een goede keuze te kunnen komen. Zonder dualiteit kunnen wij iets niet weten, we zullen eerst moeten uitvinden, proberen om tot een ervaring te komen, uit de ervaring die wij hebben opgedaan zal een keuze kunnen komen wat de beste keuze is.

Een keuze maken kan uit fouten maken bestaan en dit is goed. Deze fouten zijn er om ons te laten leren, om ons ervaring op te laten doen, het is hoe wij met de uitslag van foute keuzes omgaan.

Geen mens weet wat hij kan tot men het probeert. Vaak denken wij te weten uit ervaring, maar is het ‘denken te weten’ voort gekomen uit wat wij van anderen hebben geleerd, die ons zijn voorgegaan en wij er vanuit gaan dat zij het het beste weten, wij hebben de beslissing genomen om hen te geloven en dit te aanvaarden dat dit een juiste beslissing van hen is geweest. Wij gaan af op ervaringen van anderen zonder dat wij zelf een persoonlijke ervaring hiermee gehad hebben. Als iets moeilijk wordt zijn wij geneigd iets te laten zitten, uit te stellen er zelf niet over na te denken. We vragen de hulp aan een ander en vanuit de ervaring van de ander beslissen wij veelal deze ervaring over te nemen en eigen te maken. Uit ervaring opdoen, leren wij begrip te hebben voor iets of iemand. Als men zelf nog iets niet ervaren heeft dan kunnen wij nog geen begrip voor iets of iemand opbrengen. Pas uit opgedane ervaring kan men begrip tonen en opbrengen.

 

Volwassen en kinderen

Volwassen personen hebben over het algemeen een beter overzicht, inzicht, beoordelingsvermogen, besef van de gevolgen of uitslag van een keuze. Het inzicht, besef en het overzicht is opgedaan aan de hand van de eerder opgedane ervaringen vanuit het verleden. De ervaring die zij hiermee hebben opgedaan van eerder gemaakte keuzes in het verleden zijn een graadmeter voor nu. Met het opgroeien, met het leven nu wordt levenservaring opgegaan. Vanuit de keuzes die zij in het verleden hebben gemaakt, is er ervaring opgedaan en (kan) er overzicht en inzicht, besef geleerd zijn, en er bewustwording opgetreden zijn. Personen die inzicht, besef en overzicht hebben, zullen over dingen op voorhand nadenken wat de eventuele gevolgen zijn en daarna een keuze maken. Deze keuze is een doordachte bewuste keuze.


Kleine kinderen, kinderen, pubers, zijn nog niet in staat een goede keuze te maken, omdat het brein nog niet volgroeid is en de verstandelijke vermogens nog niet ontwikkeld. Zij zijn nog niet in staat een keuze te maken en daarmee de gevolgen van deze keuze te overzien, mede ook omdat de levenservaring nog ontbreekt. Kinderen denken alles te weten, verzinnen de gekste dingen, zonder na te denken wat een eventuele consequentie kan zijn. Zij zijn zo met zichzelf bezig dat het ‘ik, ik, ik vooropstaat en reageren, handelen impulsief. De kennis die zij hebben op dat moment is aangeleerde kennis, maar wijsheid ontbreekt omdat er nog geen levenservaring is opgedaan. Zij onderschatten dingen, zien nog geen gevaar omdat beoordelingsvermogen ontbreekt. Uitzonderingen daargelaten. De belevingswerelden van kinderen zullen totaal verschillen met die van volwassenen. Zij zien nog geen gevaar, consequenties terwijl de volwassen het gevaar, consequenties wel kan overzien.

Bij onvolwassen personen, personen met een persoonlijkheidsstoornis, welke genetisch is bepaald of ontwikkeld, ontbreekt het cognitieve besef, of het cognitieve besef is niet of nauwelijks ontwikkeld of aanwezig. Doordat men niet ervaart, kan en zal men ook niets leren vanuit de opgedane situatie, waardoor er zich constant een herhaal patroon voordoet en men niet of nauwelijks leert van of uit ervaringen. De emotionele volwassenheid vanuit ervaring staat stil.

Vaak zie je de opstandigheid van pubers die tegen de wensen van de volwassen ingaan en grenzen uit testen. De opstandigheid komt voort uit nog geen ervaring hebben, nog niet wetende wat de gevolgen kunnen zijn, uit het ontbreken van inzicht. Zij bedenken iets maar kunnen de gevolgen of uitslag nog niet overzien of inschatten, terwijl de volwassenen de uitslag of gevolg wel kan zien of inschatten omdat zij wel de ervaring, kennis, wijsheid, inzicht hebben opgedaan. Omdat in de ogen van het kind, de puber, het verbod van iets door de ouder wordt opgelegd, zullen zij juist opstandiger worden en stiekem dingen gaan doen terwijl dit geen goede keuze is omdat zij nog geen gevaar zien. Door dit toch te doen zullen zij wel ervaring opbouwen maar of dit een goede ervaring is, is meestal de vraag.

Als je hen op oudere volwassen leeftijd naar vroegere ervaringen vraagt zullen zij meestal antwoorden dat het geen goede keus was die zij toen maakten. Waarom zij dit nu zeggen is omdat zij hebben doordacht en nu de gevolgen van iets kunnen inzien, in kunnen schatten omdat zij ervaring en besef hebben opgedaan.

Een mooi voorbeeld is de lagere school en daarna het voorgezet onderwijs. Een kind zal een keuze moeten maken wat het later graag wil worden. Zij fantaseren over wat zij willen worden en deze keuzes kunnen van dag tot dag verschillen, het ene moment willen ze brandweer worden het andere moment astronaut om een voorbeeld te noemen. Omdat kinderen nog niet goed in staat zijn een keuze te maken wordt er door de ouders of verzorgende of anders een keuze gemaakt voor de kinderen. Deze keuzes kunnen gemaakt worden vanuit de ouder omdat de ouder graag wil dat zijn of haar kind een bepaald niveau doet of naar een bepaalde school gaat. Zij gaan naar een bepaalde school maar het kind heeft het hier niet naar zijn of haar zin, of het vooraf bepaalde niveau sluit niet aan op het kind. Er is een keuze gemaakt waarvan gedacht werd door ouders, verzorgende of anders dat deze het beste was voor het kind. (zie ook verwachtingen)

Met het groeien van het kind zullen ook de keuzes van het kind naar boven komen. In het voorgezet onderwijs zie je dan ook twee jaar brugklas en daarna kun je richtingen kiezen. Wat je ook vaak ziet gebeuren is dat er aan een studie wordt begonnen waarvan men dacht dat dit helemaal het einde was, de goede keus, maar dat er tijdens de studie er achter wordt gekomen dat dit het helemaal niet is en dat men voor iets anders kiest wat beter past.

 


Het maken van keuzes

Iedere dag, ieder uur maken wij keuzes, beslissingen, dit gaat onbewust. Allemaal kleine keuzes die wij onbewust maken omdat deze op de automatische piloot worden gemaakt zonder hier verder bij na te denken. Bij het op staan begint het onbewuste kiezen al. Nemen wij thee of koffie, wat doen we op onze boterham, wat trekken wij aan vandaag, laten we de afwas staan of doen we de afwas nog even voordat wij weg gaan, gaan wij op de fiets of met de auto naar bijvoorbeeld werk, afspraak, visite, een boodschap, enz.

De kleine onbewuste keuzes gaan op de automatische piloot omdat wij al eerder een keuze hebben gemaakt die werkt. De koffie of de thee in de ochtend, wat we op onze boterham doen, zijn al keuzes die wij gemaakt hebben in het verleden en waar wij onze voorkeur naar uit laten gaan en waar wij niet verder over hoeven nadenken.

Niet alle kleine keuzes gaan niet op de automatische piloot omdat wij hier over moeten nadenken. Wat wij aantrekken vandaag, is een keuze vanuit een gemoedstoestand, hoe voelen wij ons vandaag, hoe willen we eruit zien. We kleden ons aan en staan voor de spiegel om onszelf te bekijken en geven onszelf de goedkeuring over hoe wij eruit zien. We hebben een bewuste keuze gemaakt deze kleding aan te trekken.

We hebben nog even tijd alvorens weg te gaan. We zien de afwas staan, we kijken op onze horloge en schatten in of we wel of niet de afwas nog kunnen doen. Doen wij de afwas nog even ook al is er niet veel tijd dan kan het gevolg zijn dat we te laat komen op werk, afspraak, visite, een boodschap, enz.

We maken ons op om naar werk, afspraak, visite, een boodschap, enz. te gaan. We kijken naar buiten en zien hoe het weer buiten is. Regent het dan zullen velen de keuze maken om met de auto te gaan. Schijnt de zon dan kunnen we op de fiets stappen. De keuze die wij maken komt voort uit eerdere ervaring die is opgedaan. We zijn eerder op de fiets gestapt bij regen, het gevolg was dat we nat zijn aangekomen, dit willen we in het vervolg niet meer dus kiezen we voor de auto in het vervolg.

Er zijn ook keuzes die bewust gemaakt moeten worden naar aanleiding van iets of iemand en die groter, zwaarder zijn. Dit zijn geen onbewuste keuzes meer, maar keuzes waar over na gedacht moet worden alvorens een keuze te maken. Soms kunnen er keuzes worden gemaakt die achteraf niet de beste waren, maar op het moment van keuze maken was dit voor jou de beste keuze. De keuze die je op dat moment gemaakt hebt is een bewuste keuze geweest waarvan je dacht dat je deze keuze moest maken. Uit deze keuze en de uitslag, het gevolg van deze keuze, is ervaring voortgekomen. Je hebt ervaren wat het gevolg was van je keuze op dat moment. Vanuit het besef wat we hebben opgedaan, leren we.

 

Keuzes maken is beslissingen nemen, uit deze keuze komt een uitslag

Alle keuzes die je maakt kun je zien als leermomenten in het leven waarin ervaring wordt opgedaan vanuit de uitslag. Vanuit de uitslag gaan wij verder omdat we tot besef zijn gekomen. Elke keuze met welke uitslag dan ook is een groei moment in besef, bewustwording als wij hier voor openstaan en niets is goed of fout.


Als je een bepaald gedrag, gezegde, gedachten kiest, kies je voor consequenties. Elk gedrag, gezegde, gedachten dat, die je kiest heeft bepaalde gevolgen. Iedereen maakt een eigen keus, maar, als je die keus maakt kies je ook voor alle gevolgen. Gevolgen kunnen positief of negatief zijn en komen voort uit de keuze die je maakt.

Als wij een verkeerde keuze hebben gemaakt dan zal hier een gevolg, consequentie aan hangen, het gevolg zal zijn dat wij het ‘de eerder gemaakte keuze moeten herzien, herstellen’. De eerder fout gemaakte keuze wordt door ons gezien als een tegenslag, we zij terug bij af, we moeten opnieuw een keuze maken. Iedereen maakt fouten, het belangrijkste is wat je met de tegenslag doet. Van tegenslagen kunnen wij leren.

Het zijn de eigen gedachten die je over de gemaakte keuze en gevolg, de uitslag hebt gecreëerd, waaraan je een etiket “goed of fout” hebt gehangen. Goed en fout kun je vergelijken met positief en negatief. (zie ook positief negatief)

Is de uitkomst goed, dan is dit positief. Je hebt een ervaring opgedaan waarin je in de toekomst profijt van hebt of kan hebben. In de toekomst zul je dezelfde keuze maken totdat je misschien een betere keuze hebt gemaakt.

Is de uitkomst fout, dan is dit negatief. Je hebt een ervaring opgedaan die niet positief, de juiste was, en zul je in de toekomst een andere keuze maken.

 

Keuze laten afhangen uit vorige ervaring

Vaak laten wij ons door een eerdere negatieve uitslag beïnvloeden, omdat wij vinden dat de ervaring negatief was en waarbij wij aan deze ervaring het etiket ‘slecht of negatief” hebben gehangen’. Een ‘slecht of negatief’ iets hoeft niet in te houden dat de uitslag of gevolg een volgende keer ook slecht of negatief zal zijn.

Bijvoorbeeld, je koopt een plant, deze plant laat na een paar dagen zijn blaadjes hangen en gaat dood. Het gevolg is, dat je maar een paar dagen hebt kunnen genieten van deze plant waarvan je dacht dat je hier heel lang plezier van zou hebben. Je verwachting van deze plant was hoog. (zie ook verwachting) Doordat deze plant is dood gegaan, is er een negatief beeld ontstaan in je gedachten, waardoor je in de toekomst deze soort plant niet meer zult kopen, omdat je op voorhand al denkt dat al dit soort planten doodgaan na een paar dagen. Een mooi spreekwoord hiervoor is: “alles over één kam scheren”. Echter hoeft dit niet zo te zijn want wat kan er gebeurd zijn met de eerdere plant? Heeft de plant teveel water gehad in de winkel? Heeft deze plant koude opgelopen? Was deze plant misschien al ziek toen je hem kocht? Heb jij misschien je plant niet goed verzorgd?

Laat jij je volgende keuze afhangen van een vorige negatieve ervaring of kies je ervoor om het nog een keer te proberen? Als je blijft kijken naar het verleden, zul je nooit weten wat voor je ligt.


 

Het komen tot een beslissing, ja, nee, twijfel

Keuzes maken bestaan uit de beslissing nemen over iets, iets beoordelen waar drie antwoorden uit kunnen voortkomen.

  • Ja
  • Nee
  • Twijfel

Maar hoe komen wij aan deze antwoorden?

Vanaf onze geboorte start onze opvoeding. Hierin leren wij normen, waarden, discipline, en vanuit deze basis wordt onze persoonlijkheid gevormd. Met ons opgroeien, wordt ons bijgebracht wat wel en niet mag, wij worden constant gecorrigeerd totdat we weten wat wel en niet mag, wat goed en fout- slecht is. Als wij weten te kiezen tussen goed en fout- slecht- kwaad dan is ons vermogen te kiezen ontwikkeld. Ons beoordelingsvermogen is ontwikkeld. Als ons iets niet geleerd wordt gaan wij zelf uitzoeken, een manier vinden wat voor ons werkt en deze manier kan goed of fout zijn.

Het opvoeden door anderen is je voorbereiden op het leven. Als normen en waarden zijn bijgebracht, dan weet je wat gevolgen zijn of kunnen zijn.

 

Ja

Bij ja, weet je iets zeker.

Een keuze gemaakt vanuit een ‘ja’ komt voort uit het besef, vanuit de eerder opgedane ervaring, ons beoordelingsvermogen, waarin we weten wat we moeten doen en welke keuze we moeten maken.

 

Nee

Bij nee, weet je iets zeker.

Een keuze gemaakt vanuit een ‘nee’ komt voort uit het besef, vanuit de eerder opgedane ervaring, ons beoordelingsvermogen, waarin we weten wat we moeten doen en welke keuze we niet moeten maken omdat hier een slechte, foute afloop uit voortkomt.

 

Twijfel

Bij twijfel, weet je iets niet zeker of het ja of nee moet zijn,

Twijfel; onzeker gevoel wat je moet doen of denken.

Bij twijfel weten we iets niet zeker wat of het ‘ja of nee’ moet zijn en wat we moeten doen waarmee we een keuze uitstellen. We hebben nog geen eerdere ervaring opgedaan om tot een ja of nee te komen, we vertrouwen ons eigen beoordelingsvermogen nog niet. "Twijfel is de waakhond van het inzicht" confucius 

 

Nog geen probleem

Keuzes maken kan in kleine dingen zitten die nog geen probleem zijn, maar die een probleem kunnen worden en die consequenties kunnen hebben.

Bijvoorbeeld, je bent een dagje winkelen met een vriend of vriendin en bent op zoek naar nieuwe kleding. Je loopt door de winkel en hiermee begint ‘keuzes maken’.

  1. Je ziet leuke kleren waarvan je zeker weet dat dit iets voor jou is en deze zal kopen, een ja.
  2. Kleren die je niet leuk vindt zal je links laten liggen, deze kleren pak je niet eens mee omdat je zeker weet dat dit niets is voor jou, een nee.
  3. Je ziet kleren maar je twijfelt, bijvoorbeeld of ze je wel zullen staan, je pakt het wel mee omdat je nog niet zeker weet of het ja of nee zal zijn en laat de keuze van het pasmoment afhangen. Een twijfelgeval.

De leuke kleren met een ja en de kleren met een twijfel gaan mee naar de paskamer en het passen gaat beginnen. De zeker weten ‘ja stukken’, zullen als eerste worden gepast om te kijken hoe leuk het staat en hiermee onze eerste ja keuze wordt bevestigd. Daarna volgen de ‘twijfel stukken’.

Je past het twijfel kledingstuk. Door te passen kun je zelf kan zien hoe iets staat en kun je een beslissing maken of dat het toch niets is. Doordat je het zelf ziet hoe het staat kan je twijfel gelijk weg zijn en dat het toch iets is, omdat je door te passen nu zeker weet dat het goed is en je wilt kopen, of er blijft twijfel.


Uit het passen kunnen vijf gedragingen voortkomen:

 

Omdat je samen bent show je wat je past, de ander ziet wat je past en hoe het staat.

  1. Bij de stukken waarvan je zeker weet dat je ze wilt hebben, geef je aan de ander aan dat je dit wilt kopen. Hier is zelfstandig een keuze gemaakt.

Bij de stukken waar van je niet zeker weet en twijfelt, zul je de mening, raad, advies van de ander vragen. De ander kan hierop hier op reageren, door te zeggen: dat het goed is, dat het je leuk staat, of zeggen dat het niet goed is of het je niet staat. Uit de antwoorden van de ander kun je zelf een beslissing nemen.

  1. Of je gaat mee in het gezegde van de ander dat het je leuk staat en dat de ander heeft hiermee de doorslag gegeven in jou twijfel die jezelf misschien nog had maar met de bevestiging van de ander het kledingstuk koopt. Hier is zelfstandig een keuze gemaakt.
  1. Of je gaat mee in het gezegde van de ander waarbij de beïnvloeding van de ander negatief is en vindt dat het je niet staat waarbij het jou de doorslag geeft dat om het niet te kopen.
  1. Of er blijft twijfel, omdat jij vindt dat het wel staat, terwijl de ander de mening is toegedaan en zegt dat het je niet staat. De beïnvloeding en mening van de ander geeft voor jou op dat moment de doorslag. Je koopt het kledingstuk niet, maar denkt er nog even over na en blijft hierover nadenken en praten.

Ondanks dat de ander een negatief advies of mening heeft gegeven blijf je nadenken en komt hier later met degene die met jou heeft gewinkeld op terug. Dit blijf je bespreken in de vorm van ‘had ik het toch maar gedaan’, of in de vorm van het negatieve advies, mening van de ander weg wuivend maar waarbij je actie tot ondernemen achterwege laat.

  1. Of omdat de twijfel blijft, en je dit blijft bespreken met de ander, kan de ander de beslissing voor je maken. De beslissing die de ander voor je maakt komt voort uit jouw onzekere gedrag door erover te blijven twijfelen, wikken en wegen, te argumenteren maar waarbij je niet tot een keuze komt. Omdat de ander jouw argumenten niet realistisch vindt en door wil, zal of kan de ander een beslissing voor jou maken om het wel te kopen om zo van jouw twijfel af te komen. De keuze waar tot jij niet kon komen is of wordt door een ander gemaakt. ook al heb je zelf de keuze niet gemaakt een ander heeft voor jou beslist met goedkeuring van jou, want jij hebt het kledingstuk gekocht. Door het zelf te kopen heb je de keuze en goedkeuring van de ander bevestigd op dat moment.

 

Reactie vanuit ‘de ander heeft beslist’

Uit deze keuze kunnen twee reacties- gedragingen voortkomen:

 

  1. Je bent blij dat een ander de beslissing heeft gemaakt en staat hier achter.

Bij thuiskomst, of een paar dagen later, kan het gebeuren dat je wel blij bent met de beslissing die een ander gemaakt heeft. Je laat dit niet blijken en als iemand jou een compliment maakt over de kleding zal hier een antwoord komen dat het niet zelf is uitgezocht maar dat een ander de beslissing heeft gemaakt.

 

  1. Je bent niet blij dat een ander de beslissing heeft gemaakt, ook al ben je er op dat moment in meegegaan en heb je het zelf gekocht.

Doordat een ander een keuze voor ons maakt en wij in de keuze van de ander meegaan en er zelf mee instemmen, zullen wij, als iets verkeerd gaat of is, niet de schuld aan ons zelf geven maar aan de ander omdat hij of zij de keuze gemaakt heeft waarin vergeten wordt dat wij hierin mee zijn gegaan en hebben ingestemd. Bij thuiskomst, of een paar dagen later kan het gebeuren dat je niet blij bent dat een ander de beslissing heeft gemaakt. Je laat dit blijken aan degene en iedereen die het maar horen wil dat er voor jou is beslist en je geeft degene die voor jou heeft beslist de schuld van deze beslissing en zal dit degene nadragen en blijven nadragen.

 


Eeuwige twijfel

Vraag: Wat wil je eten? Antwoord: Beslis jij maar. Vraag: Wat wil je drinken, koffie, thee, limonade? Antwoord: Eh, wat neem jij? Mededeling- vraag: Dit is mooi toch? Antwoord: nee joh, het is spuuglelijk of ja dat is mooi.

Personen met twijfel kunnen of zullen een ander laten beslissen, kunnen of zullen een vraag met een vragende wedervraag beantwoorden of iets meedelen met als laatste woordje ‘toch’. Met het woordje ‘toch’ geven zij aan dat ze iets bevestigd willen zien van de ander, als de ander hier niet bevestigend op reageert dan zullen zij iets laten zitten. Als de ander hier bevestigend op reageert, dan gaan zij hierin mee. Bovenstaande voorbeelden van vragen zijn simpele vragen die een ander wordt gesteld en waar twijfel bij komt kijken en waarbij moeite is om een beslissing te nemen. Als deze mensen voor een grotere uitdaging in bijvoorbeeld problemen, zorgen of anders staan, zullen zij volledig in paniek raken vanuit onzekerheid en angst. Zij kunnen of willen de verantwoording voor keuzes die ze moeten maken niet aan, en leggen de verantwoording bij een ander neer. Sommige mensen kunnen echt zelf geen beslissing nemen en moeten hierbij geholpen worden om even over het onzekere stukje in henzelf heen te komen.

En er zijn mensen die wel zelf beslissingen kunnen maken, maar hiervoor weg lopen en hiermee hun verantwoordelijkheid uit de weg gaan. Zij laten een ander een keuze maken, de ander een keuze laten maken is gebrek aan volwassenheid.

 

Uitstellen van keuzes

Keuzes maken doen wij aan de hand van de ervaring die wij hebben opgedaan. Hebben wij nog geen ervaring dan zullen wij ons moeten verdiepen in het onderwerp waar de keuze over gemaakt moet worden.

Als iets moeilijk wordt, dan zijn wij geneigd om iets uit te stellen. Wij vinden het moeilijk om eraan te beginnen, iets onder handen te nemen, omdat wij niet weten hoe wij het moeten aanpakken. Het niet weten hoe wij het moeten aanpakken komt voort uit, de kennis die wij nog niet in huis hebben en waarbij wij nog geen ervaring met iets hebben opgedaan en onze onzekerheid. Omdat wij nog niet de kennis en ervaring hebben zullen wij er over na gaan denken hoe iets zou moeten en vaak gaat het daar mis. Onze onzekerheid speelt op. We worden nerveus, onrustig. Door onzekerheid en het gebrek aan zelfvertrouwen, zullen we op voorhand al beren op de weg zien. We gaan onszelf ‘wat als’ vragen stellen. We denken dat we iets niet kunnen vanuit onze onzekerheid, en omdat wij onzeker zijn en geen zelfvertrouwen gaan wij er al vanuit dat wij iets niet kunnen. Wij zullen voorgewende hulpeloosheid aannemen en saboteren onze eigen gedachten hiermee waardoor wij iets uitstellen. Bijvoorbeeld, lastige of nieuwe klussen op werk of thuis zullen wij uitstellen. Wij hikken tegen het uitvoeren van deze klus aan. Je weet dat er iets moet gebeuren en toch stellen we het uit, maar blijft het in onze gedachten en wat wij met anderen bespreken. Als het echt niet anders meer kan, dan zullen wij aan de klus beginnen. Het uitstellen van keuzes kan gevolgen hebben op allerlei vlakken. Doordat wij uitstellen kan het voorkomen dat er een consequentie, een gevolg aan ons uitstellen hangt en waardoor er een keuze voor ons wordt gemaakt.

Het uitstellen van zichtbare ‘keuzes maken’ heeft te maken met onzekerheid, het gebrek aan zelfvertrouwen en angst. Onzekerheid omdat wij denken iets niet te kunnen, angst omdat wij bang zijn voor vernieuwing, angst voor het onbekende, we weten niet wat de uitkomst zal zijn, angst om te falen. We worden angstig, onrustig. We denken er wel over na, maar laten actie achterwege vanwege de twijfel die wij hebben.

Vanuit het onzekere gevoel gaan we wikken en wegen, piekeren en daar blijft het bij, er zal geen actie tot keuze worden genomen. Wij maken van ‘een keuze maken’ een probleem. (zie ook problemen de baas) Doordat wij zelf een probleem hebben gecreëerd zullen wij ons hier niet prettig bij voelen. We voelen ons onzeker wat onrust en angst is. Wij zijn geneigd om als iets moeilijk wordt de handdoek in de ring te gooien en het moeilijke iets te ontlopen, ontvluchten. Wij zullen of willen voor het probleem weglopen, wegvluchten. (zie ook vluchtgedrag) Omdat wij het probleem niet onder ogen willen komen of zien, ontkennen wij hiermee het bestaan van het probleem en zullen wegvluchten voor de waarheid vanuit angst en onrust. (zie ook angst) Door te ontkennen en te vluchten, stel je het maken van keuzes uit, waarmee je ook het oplossen van het probleem uitstelt. Een mooi gezegde hierover is: “van uitstel komt afstel”.

Maar hoe is deze angst ontstaan? Hoe deze angst is ontstaan kan verschillen. Hoe staan wij in het leven? Hoe zijn wij opgevoed? Zijn wij beïnvloed? Hebben wij zelfvertrouwen?. (zie zelfvertrouwen en de zelven) Als wij geen zelfvertrouwen hebben, en het woord zegt het al, zelf vertrouwen, vertrouwen op of in ons zelf hebben, dan zullen wij dingen nalaten, uitstellen om te doen, omdat wij op voorhand er al vanuit gaan dat wij iets niet kunnen, iets mislukt of dat wij falen.

Vaak stellen wij keuzes maken uit omdat wij niet willen of kunnen kiezen, maar blijven wel met ‘probleem rondlopen’ wat ons dagelijks leven zal of kan beïnvloeden en ook je medemens.


 

Emotie en keuze

Niet alle keuzes hebben het gewenste resultaat en kunnen een teleurstelling zijn of worden. Vanuit welke gemoedstoestand, emotie is een keuze gemaakt? Hoe staat men in het leven, wat is de persoonlijkheid, mentaliteit van een persoon?

Hebben wij in het verleden geleerd om met teleurstellingen om te gaan?

Hoe maken wij een keuze en vanuit welke emotie maken wij een keuze?

Allemaal vragen die te maken hebben met een keuze maken. Staan wij positief in het leven dan zullen wij vanuit positiviteit een keuze maken. Staan wij negatief in het leven dan zullen wij vanuit negativiteit een keuze maken. (zie ook positief – negatief) Alle emoties die op het moment van een keuze maken zullen meespelen. Zijn wij boos, dan maken wij vanuit boosheid een keuze, zijn wij verbitterd of hebben wij wrok, dan zullen wij vanuit verbittering en wrok een keuze maken. Hoe is boosheid, verbittering, wrok, ontstaan? Veelal komen deze emoties vanuit het verleden waar men zich nu nog aan vasthoudt voort. De herinnering aan het verleden, zijn vaak geen realistische gedachten waar wij aan vasthouden. Door vast te houden aan iets raken wij juist in de problemen. Vraag jezelf eens af: “hou ik vast aan het verleden of omarm ik de toekomst”.

Echter is het verleden niets meer dan een herinnering, de toekomst is niets meer dan een verwachting de enige realiteit is het ‘hier en nu’.

 

Ons eigen gedrag met betrekking tot keuzes maken

Er kunnen meerdere dingen gebeuren om tot een keuze te komen en hiermee het probleem op te lossen, het is ons eigen gedrag, onze eigen persoonlijkheid, mentaliteit wat wij hiermee laten zien.

  1. We gaan zelfstandig op onderzoek uit en maken daarna zelfstandig een keuze waarmee het probleem wordt opgelost en de keuze hiermee is gemaakt.
  2. We vragen om hulp, raad, advies en doen hier iets mee en maken daarna zelfstandig een keuze waarmee het probleem, de keuze is opgelost.
  3. We vragen om hulp, raad, advies maar, laten ons beïnvloeden door wat een ander heeft gezegd en maken zelfstandig een keuze om niets te doen omdat wij beïnvloed zijn door het negatieve verhaal van een ander, en gaan op oude voet verder waarmee het probleem niet is opgelost.
  4. We vragen niet om hulp, raad, advies maar blijven het probleem ventileren aan anderen zonder dat men het probleem is opgelost en waarbij wij geen keuze maken.
  5. Een ander lost het keuze probleem voor je op.

 

Zelfstandig op onderzoek uit (1)

Als wij voor een keuze staan, dan kunnen wij er voor kiezen om de keuze te maken of niet. Als wij de keuze willen maken, dan erkennen wij dat wij een keuze moeten maken en willen wij de keuze maken, en is er daadkracht om dit te doen. Over het onderwerp waar wij de keuze moeten maken, zullen wij zelf onze eerste gedachten hierover hebben. Dit kan een ja of nee zijn vanuit zeker weten of wij weten niet zo goed of dit realiteit is of niet, er is twijfel. Om hier achter te komen, zullen of kunnen wij deze keuzes gaan en moeten onderzoeken.

Als wij iets willen weten dan gaan wij op onderzoek uit. Om op onderzoek uit te gaan kunnen wij de digi wereld, het internet gebruiken, we hoeven maar het woord in te tikken en er verschijnen honderden links naar het onderwerp waarover wij meer willen weten. Wij zullen gaan lezen, we willen weten wat ervaringen van anderen zijn of zijn geweest met het onderwerp waar wij een keuze over moeten maken. Er zijn veel forums op internet waar de ervaring wordt gedeeld en wij gaan deze lezen, we verdiepen ons hierin. Ook hier zullen we dingen lezen waarvan wij op voorhand al een gedachte over hadden en met het lezen van zelfde ervaringen van anderen zal of kan onze eerste gedachte worden bevestigd. Als deze gedachte goed voelt dan maken wij de keuze omdat wij er niet langer hoeven over na te denken omdat we het zeker weten.

 

Raad, advies vragen (2)

We vragen om hulp en doen hier iets mee en maken daarna zelfstandig een keuze waarmee het probleem, de keuze is opgelost.

Als wij een keuze probleem hebben en wij willen dit oplossen, dan erkennen wij dat wij een keuze moeten maken, en willen wij een keuze maken en is er daadkracht om dit te doen. Wij zien een keuze maken als een probleem waarbij twijfel is. Een probleem is een vraagstuk wat nog niet is opgelost en waarvan wij de uitslag nog niet kennen. (zie ook problemen de baas) Waarom wij dit doen is, omdat wij niet zeker van onszelf en onze eigen gedachten zijn over het keuze probleem. Wij hebben nog niet de juiste kennis in huis om een keuze te maken. Wij kunnen vragen om advies, raad aan anderen, bijvoorbeeld familie, vrienden, enz. omdat wij zelf de kennis nog niet in huis hebben, maar, waarbij wij wel openstaan voor suggesties van andere personen, omdat we graag het probleem opgelost zien en wij onze twijfel willen wegnemen. Wij vragen hiermee aan een ander wat zijn of haar ervaring, mening of kennis hierover is en als deze overeen komt met die van ons kan dit een bevestiging voor ons opleveren.

Het bespreken met een ander kan een oplossing bieden, omdat de ander er een andere kijk op kan hebben, uit ervaring hierover spreekt en die bijvoorbeeld tot een oplossing of keuze kan komen.

 

Beïnvloeding van anderen, op oude voet verder (3)

We vragen om hulp, raad, advies, maar laten ons beïnvloeden door wat de ander heeft gezegd en maken zelfstandig een keuze om niets te doen, omdat wij beïnvloed zijn door het negatieve verhaal van de ander en gaan op oude voet verder waarmee het probleem niet is opgelost.

Als wij een keuze probleem hebben en wij willen dit oplossen dan erkennen wij dat wij een keuze moeten maken, en willen wij een keuze maken, maar dit toch niet doen en is er geen daadkracht.

Als wij een probleem voorleggen aan een ander, dan heeft een ander meestal eenzelfde soort verhaal. Dit kan een verhaal zijn vanuit eigen ervaring of een verhaal van derden welke aan hen is verteld en nu wordt doorvertelt aan jou. Dit verhaal kan positief of negatief zijn. Veelal is dit verhaal, de ervaring die de ander, of de derde ermee heeft opgedaan, een verhaal met een negatieve uitslag. Omdat het andere verhaal ook negatief is, zal ons dit beïnvloeden in onze keuze. Wij zullen onze eigen keuze uitstellen mede door de bevestiging van de ander die ook eenzelfde negatief verhaal had. Iedereen heeft een eigen mening en vaak laten wij de mening van anderen voor ons gelden en ons daardoor beïnvloeden waardoor wij geen keuze maken. Doordat wij geen keuze maken gaan wij op oude voet verder zonder dat het keuze probleem is opgelost, maar, het blijft ons wel bezighouden.

Keuzes maken is verantwoording voor ons zelf nemen en waarin de buitenwereld geen invloed op hoort te hebben. Vaak laten wij ons wel beïnvloeden door buitenaf omdat wij onzeker zijn. De buitenwereld heeft oordelen, vooroordelen en denkt heel vaak te weten wat het beste voor een ander is en zal dit ten toon spreiden. Door wat wij hebben gehoord van een ander zal dit ons beïnvloeden.

Ook als wij niet weten wat de buitenwereld denkt gaan onze gedachten al op voorhand met ons op de loop omdat wij deze gedachten zelf creëren. Doordat wij zelf de gedachten creëren, denken wij te weten wat en hoe anderen over ons denken en hoe zij op ons zullen reageren. Er zal een overtuiging in ons vast gezet worden over hoe anderen op ons zullen reageren en hiermee denken wij voor anderen. Bijvoorbeeld: “ik heb je niet gevraagd omdat je toch niet mee gaat” ‘ik dacht dat…”.

Beïnvloeding van anderen kan ook ‘gevaarlijk’ worden, de ander kan zoveel invloed op je hebben dat je je eigen wil kwijt kan raken. (zie ook manipulatie)

Als jij je zorgen maakt over wat anderen van je denken, laat je je gebruiken en ben je eigenlijk het bezit van de ander. Een keuze maak je niet voor anderen maar voor jezelf of anderen dit leuk vinden of niet. Het is jouw keuze en jouw leven waarin jij kiest hoe te leven waar een ander niets over heeft te zeggen. Je hebt geen goedkeuring nodig van anderen je bent verantwoordelijk voor jezelf, als je dat beseft kun je over jezelf beschikken en ben je een vrij persoon.

Maak geen keuze(s) die op het gedachten goed van een ander gebaseerd zijn. Kies vanuit je gevoel. Voelt iets goed dan kies je ja, voelt iets niet goed dan kies je nee. Bij twijfel is het nee, en slaap je er nog een nachtje over. (zie ook beïnvloeding van buitenaf) Maak geen keuze(s) waar je niet achterstaat.

 

Keuze probleem in stand houden (4)

We vragen niet om hulp, raad, advies, maar blijven het probleem bepreken, ventileren aan anderen zonder dat men het probleem opgelost en waarbij wij geen keuze maken.

Als wij een keuze probleem hebben, en wij willen dit niet erkennen en oplossen, dan maken wij de keuze om iets niet op te lossen en blijven wij hangen in het probleem, omdat wij er zelf een probleem van hebben gemaakt waarbij daadkracht ontbreekt.

Waarom blijft ons iets bezighouden? Omdat het keuze probleem niet is opgelost. Wij laten actie van oplossen achterwege. Het niet oplossen van een probleem, kan diverse redenen hebben: wijze raad van een ander die wij in de wind hebben geslagen, beïnvloeding van andere negatieve verhalen, niet realistische eigen gedachten, onvolwassen gedrag, het ontkennen dat er een probleem is, enz.

Het blijft ons bezig houden zonder actie te ondernemen om het op te lossen. Hiermee wordt het probleem in stand gehouden en waarbij men een passieve houding heeft aangenomen. Passief: zonder zelf actief te zijn, lijdend, niet zelfstandig werkzaam. Doordat er een passieve houding is, raakt men helemaal in de greep, de ban van het probleem en is een dagelijkse bezigheid geworden. Een passieve houding kan uitmonden in het aannemen van een slachtofferrol, in klagen, zeuren, negativiteit. Men glijdt steeds verder weg in negativiteit, klagen en zeuren en waarbij men de schuld bij een ander legt omdat eigen gedachten niet meer realistisch zijn. (zie ook slachtofferrol)

Omdat men zo bezig is met zichzelf en het probleem, is dit voor hen werkelijkheid, waarheid geworden, met als dagelijkse bezigheid dit met een ieder die het wil horen constant te bepraten, bespreken, ventileren. Het praten over het probleem is geen praten meer, het is overgegaan in negativiteit, negatief klagen, zeuren. Klagen: ontevredenheid, pijn en verdriet uiten, zeggen dat het niet goed is.

Men praat, ventileert, klaagt, constant over het keuze probleem wat men heeft met anderen en waarbij raad, ervaring, kennis, wijsheid, de kijk op het probleem van anderen in de wind is of wordt geslagen.

Het in de wind slaan van raad, ervaring, kennis, wijsheid van anderen geeft aan dat men ontkent dat men een probleem heeft, het ontkennen van een probleem is kinderachtig, het omgaan met de werkelijkheid helpt. Men heeft geen vertrouwen in de ander en elke raad, ervaring, kennis, wijsheid van anderen zal men wegwijven met een “ja maar” argument. Met het ‘ja maar’ wordt het gezegde van de ander onderuit gehaald, je ontkracht het gezegde van de ander en wordt met een tegen argument verdedigd, omdat men denkt dat men het zelf beter weet, maar wat een reactie vanuit angst is.

Men ontkent een eventuele waarheid die andere zien en ervaren met jou en die jij niet ziet of wil zien en wat opgevat wordt als kritiek (zie ook omgaan met kritiek). Men gaat hiermee in de verdediging en ontkent dat er een probleem is. In dit soort gesprekken is er voor een ander geen luisterend oor, geen aandacht voor iets anders van de ander. Als er steeds bij je wordt aangeklopt met hetzelfde probleem, waarin negativiteit en beklag voorop staat, dan kunnen wij op een punt komen dat wij ons op een gegeven moment aan de persoon en het probleem gaan irriteren en waarbij vriendschappen zeer beklemmend en ongezond worden en deze op scherp kunnen komen te staan of zelfs worden verbroken. (zie ook vriendschappen)

 

Een ander lost het keuze probleem voor je op. (5)

Een keuze maken en het oplossen van een ander van het probleem kan twee redenen en kanten hebben.

Reden

  1. men ziet dat een ander het echt niet kan
  2. men is het gedrag en gezeur van de ander zat

Kanten

  1. Men is hulpeloos
  2. Men wendt hulpeloosheid voor

 

Men ziet dat men het echt niet kan en is hulpeloos

Keuzes maken is beslissingen nemen en vaak kunnen of worden er geen keuzes gemaakt omdat men dit niet kan of wil. Het niet kunnen of willen komt voort uit onzekerheid en angst, het ontbreken van zelfvertrouwen en daadkracht.

Sommige mensen kunnen echt zelf geen beslissing nemen en moeten hierbij geholpen worden om even over het onzekere stukje in henzelf heen te komen. Er kan hulp gevraagd worden aan anderen, omdat er zelf geen keuze gemaakt kan worden vanwege de eeuwige twijfel en 'beren op de weg zien' die er in ons is, er waarbij de ander een duwtje in de goede richting gegeven kan worden om verder te kunnen of vanuit de echte hulpbehoevendheid, hulpeloosheid zoals ziekte, ouderdom, enz.

 

Men is het gedrag en gezeur zat en waarbij gezien wordt dat er hulpeloosheid wordt aangewend.

Het uitstellen van keuzes kan gevolgen hebben op allerlei vlakken. Doordat wij uitstellen kan het voorkomen dat er een consequentie, een gevolg, aan ons uitstellen hangt, bijvoorbeeld een tijdslimiet is overschreden, en waardoor er een keuze voor ons wordt gemaakt. Keuzes en beslissingen kunnen door een ander gemaakt worden omdat zij het gedrag, het klagen, en gezeur zat zijn of simpelweg de tijd is verstreken. Men is de voorgewende hulpeloosheid van de ander zat, omdat men constant van de ander hoort wat het probleem is, maar waar men geen eigen verantwoording en daadkracht voor neemt om dit op te lossen en te voeren. Vaak is dit zo te verhelpen en om van dit klagen, gezeur af te zijn zal of kan een ander verantwoording nemen door dit ongevraagd of gevraagd voor hen te doen. Voorgewende hulpeloosheid kan ook voortkomen vanuit manipulatie. (zie ook manipulatie)

Het gevraagd of ongevraagd iets doen, waarmee het probleem van de ander wordt opgelost, ligt niet in de lijn der verwachting van de klager. Bij klagen draait het om zelfcontrole te willen hebben en houden. Door zelf de controle te willen hebben en houden, houden zij het probleem in stand en hebben zelf de controle. Als zij ‘hun probleem’ uit handen geven dan zal er geen controle en zeggenschap meer zijn omdat zij op een ander moeten vertrouwen om uit te voeren of te doen, maar waarbij het vertrouwen in de ander ontbreekt. Als een ander iets uitvoert, doet, oplost, waarmee het probleem is verholpen zal de klager hier geen controle of zeggenschap over hebben. Een mooi voorbeeld is dat als iets wordt gedaan, uitgevoerd dat men er met hun neus er bovenop staat en de ander verteld wat hij of zij moet doen. Een mooi gezegde is “De beste stuurlui staan aan wal”.

De uitvoering, oplossing, zal achteraf nooit de juiste oplossing of uitvoering zijn geweest in de belevingswereld van een klager.

Een ander heeft de verantwoording genomen voor de klager, om van het gedrag, gezeur en geklaag af te zijn, en heeft iets uitgevoerd, gedaan, waar de klager geen weet van heeft of had, of dat het gedaan wordt onder het zicht van de klager maar wat niet is overlegd. Doordat de controle is weg en overgenomen door een ander en dit zal niet kloppen in de belevingswereld van de klager omdat zelfcontrole over iets hebben voorop staat.

Dit zal niet leuk gevonden worden door de klager, er zal boosheid, commentaar, onvrede zijn, die geuit wordt. Zij zullen aangeven dat er ‘voor hen bepaald werd’. Zij zullen zich diep gekwetst voelen met het idee dat hen ‘iets aangedaan is’, maar vergeten hierbij even dat een ander hen wilde helpen om van het klagen en gezeur af te zijn of om echt te willen helpen. Het probleem van de klager is door het uitvoeren wel opgelost maar er is een ander probleem gerezen. Het probleem van oplossen is verlegd naar ‘door wie en hoe het is opgelost’. Doordat er boosheid, commentaar, onvrede en het gevoel dat hen iets is aangedaan heerst, zullen zij dit vertalen in verwijten naar degene die hen heeft ‘geholpen’.

Wat de één al lang vergeten is blijft bij een klager heel lang hangen of wordt nooit vergeten en zal constant worden herhaald in verwijten, het blijven nadragen van, waardoor er een schuldgevoel bij de ander wordt gecreëerd. Het blijven nadragen kan omslaan in verbittering, wrok.


Keuzes maken vanuit groepsbelang

Er kunnen zich situaties voordoen waarin keuzes gemaakt moeten worden voor meerdere personen, voor groepsbelang. De keuze die anderen moeten maken is om een mening van anderen op papier te krijgen, men wil weten waar de voorkeur naar uitgaat. Er worden veelal twee of meerdere keuzes aangeboden met voor iedere keuze een argumentatie.

De keuze zal worden voorgelegd aan de groep mensen waarna er een stemming zal plaatsvinden. Hier gelden veelal de regels: de meerderheid beslist. Ieder persoon zal zijn of haar eigen mening, gedachten, ideeën hierover hebben. Wat de één belangrijk vindt, zal door een ander niet belangrijk worden gevonden en andersom waardoor er scheve gezichten en discussies kunnen ontstaan. Iedereen kan en mag zijn mening, gedachten, ideeën hebben, de vraag is, is het realistisch en in het belang van een groep en vaak wordt er een keuze gemaakt vanuit eigenbelang.

Als er een keuze voorgelegd wordt zal je erover na moeten denken wat de beste keuze is voor het groepsbelang en zal je eigenbelang opzij moeten zetten. Soms kan eigenbelang ook de keuze van het groepsbelang zijn, maar het komt ook voor dat eigenbelang geen groepsbelang is.

Bijvoorbeeld: er wordt een groep een keuze voorgelegd, de groep bestaat uit tien personen, de keuze is kiezen uit een kleur, de kleuren zijn rood en zacht geel. Er vindt een stemming plaats en de uitslag is, acht personen stemmen voor zacht geel en twee personen stemmen voor rood. De uitslag is dat acht personen voor zacht geel hebben gekozen en hiermee een meerderheid vormen boven de twee personen die voor rood hebben gekozen. De kleur zal dus zacht geel worden. De twee personen die voor rood hebben gekozen zullen deze keuze niet leuk vinden, maar omdat er acht personen zijn die voor zacht geel hebben gekozen gaat het groepsbelang voor. Bij de uitslag van de stemming zullen de twee personen zich dus neer moeten leggen.

 

Keuzes die voor ons worden gemaakt waar wij geen invloed op hebben

Het kan ook voorkomen dat er voor ons keuzes worden gemaakt waarin wij geen hand hebben gehad en geen invloed. Ook deze kunnen in verschillende vormen en van verschillende aard voorkomen. Bijvoorbeeld: ontslag. Er word je meegedeeld dat je ontslagen word. Je eerste gedachten zullen zijn dat jij getroffen wordt hierdoor. Gedachten gaan verder met oh, ik heb dan en dan geen werk meer, maar ik heb een huis, de hypotheek moet betaald worden. Doordat ik ontslagen wordt kom ik in de problemen.

Wij zullen ons met de mededeling van ontslag hier niet prettig bij voelen, wij zullen een gevoel hebben dat er voor ons bepaald werd en dat dit onterecht is. Degene die de keus gemaakt heeft dit heeft meegedeeld zal de schuld krijgen van deze keuzes die gemaakt zijn voor jou, omdat het in onze aard ligt een ander de schuld te geven. Maar aan een verhaal zitten twee kanten en je kunt je afvragen waarom jij ontslag krijgt. Kan het zijn dat je je werk niet goed deed en hierop al eerder bent aangesproken en waarbij daarna geen verbetering is opgetreden waardoor het bedrijf schade lijdt? Is het bedrijf in financieel gevaar en door mensen te ontslaan hiermee een faillissement voorkomt? De redenen kunnen verschillen de uitkomst is hetzelfde.

Keuzes die zijn gemaakt door anderen maar die jou ‘treffen’ in jouw belevingswereld zijn er voor het hoogste goed voor jou. Op dat moment zie je dat niet. Jouw wereld is aan het veranderen en een mens houdt niet van verandering. Verandering is eng, angstig omdat wij nog geen uitkomst weten. We zullen ons hevig verzetten tegen de voor ons gemaakte keuzes en bijbehorende emotie die erbij komt. (zie ook emotie) Keuzes die gemaakt zijn door anderen en die jou beïnvloeden en waar jij niet blij van bent of wordt kunnen een ander kijk op het leven geven als je hier voor openstaat. Soms moet er iets gebeuren waardoor je moet veranderen om je bewust te worden dat het ook anders en beter kan of worden.

Veel mensen kiezen ervoor om zich te verzetten tegen een keuze die ze is overkomen, en waarbij misschien wel een eigen bijdrage is geleverd voor deze keuze. Zij wentelen zich in medelijden omdat hen dit is aangedaan door een ander en nemen een slachtoffer houding en of slachtofferrol aan en weigeren verder te kijken naar het goede wat eruit voort kan komen. Verzetten heeft geen zin, het zal alleen maar negatieve energie van je vergen. (zie ook energie - slachtofferrol) Alles in het leven heeft een reden ten goede van jouw hoogste goed.

 

Keuzes maken terwijl we weten dat iets niet goed is

Er kunnen keuzes worden gemaakt, terwijl we weten dat iets niet goed is. Bijvoorbeeld: we roken, terwijl we weten dat roken niet goed voor ons is en ons ziek kan maken. We kiezen voedsel uit, terwijl we weten dat dit voedsel niet goed voor ons is en ons bijvoorbeeld dik kan maken, een te hoge bloeddruk kan geven, te veel suikers bevatten, enz. En toch kiezen we ervoor om dit te eten, te kopen. Waarom? Omdat we het lekker vinden en er niet bij stilstaan wat de gevolgen voor ons kunnen zijn. We zijn ons niet goed bewust.

Ook kunnen wij keuzes maken die wij bewust maken en waarvan we op voorhand weten dat deze keuze niet goed is en wij een ander schade kunnen berokkenen.

 


Zichtbare keuze

Keuzes kunnen en moeten in allerlei vormen en van verschillende aard gemaakt worden bijvoorbeeld:

  • Boodschappen
  • Kleding
  • Interieur
  • Enz.

Bovenstaande is maar een klein voorbeeld aan zichtbare keuzes die bewust gemaakt moeten worden willen wij kunnen leven. Door boodschappen te doen en te kiezen wat wij willen eten en drinken. Door kleding te kopen die wij leuk vinden om te dragen. Een interieur voor ons huis uit te zoeken om hierin te kunnen leven en waarbij wij ons prettig voelen en wij aangeven aan de buitenwereld dat dit onze wereld is waarin wij ons prettig voelen.

 

Niet zichtbare keuzes

Niet zichtbare keuzes zijn er ook die gemaakt kunnen worden als wij hiervoor kiezen. Bijvoorbeeld: we hebben hoofdpijn, deze pijn is voor de buitenwereld niet zichtbaar maar de hoofdpijn is er wel. We kunnen kiezen om een paracetamol te nemen om de pijn te verzachten of weg te krijgen. Of wij verzetten ons en blijven met de hoofdpijn rondlopen.

Een keuze maken is eigenlijk, doe je iets wel of doe je iets niet, wil je oplossen of los je niets op. Het is een onzichtbare keuze.

Bijvoorbeeld: we voelen ons niet prettig met iets of iemand dan hebben wij altijd zelf de keuze om hier iets aan te doen en te veranderen. Het ons niet prettig voelen bezorgt ons problemen en of zorgen. Problemen, zorgen bezorgt ons spanning, stress. Deze spanning en stress doen wij ons zelf aan en het gevolg van spanning en stress kunnen lichamelijke of geestelijke gevolgen voor ons hebben waardoor we pijn of psychische pijn zullen of kunnen lijden. Echter hoeven wij geen pijn of psychische pijn te lijden als wij ervoor kiezen om dingen op te lossen en naar de oorzaak van de pijn en of psychische pijn te kijken en deze te doorvoelen. (zie ook pijn lijden of leiden en stress)

Het probleem onder ogen komen en deze willen aanpakken is een keuze die wij zelf moeten maken. Vaak denken wij dat wij zelf geen keuze hebben, niets is minder waar. Er is altijd een keuze als je ervoor kiest een keuze te maken. Zelfs niets doen, geen actie ondernemen is een keuze. Het is verantwoording nemen voor ons zelf. Kiezen we ervoor om actie te ondernemen en verantwoording voor ons zelf te nemen of kiezen wij ervoor om geen actie te ondernemen en geen verantwoording voor ons zelf te nemen.

Keuzes maken hebben wij altijd in onze eigen hand en het is aan ons of wij hier wat mee willen doen. Lijden hoeft er niet te zijn op deze prachtige moeder aarde.

 

Doordacht, ondoordacht keuzes maken

Hoe maak je goede keuzes?

Hoe maak jij een keuze?

Hoe komt deze keuze tot stand?

Ga je ervoor zitten en doordenk je de mogelijkheden en nog verder met eventuele uitslag of gevolg?

  • Maak je een keuze ondoordacht?
  • Maak je een keuze welke in je hoofd opkomt?
  • Maak je een keuze welke in je hart opkomt?
  • Maak je een keuze die gebaseerd is op de uitslag of beïnvloeding van een ander?

 

Vaak worden keuzes gemaakt vanuit onnadenkendheid, men maakt een keuze die men als eerste te binnen schiet. Vaak handelen vanuit ons denken.

 

Keuzes worden gemaakt uit liefde of angst

Keuzes worden over het algemeen genomen met het hoofd, het ego. Het ego zetelt in ons hoofd en kent geen gevoel. Het ego doet er alles aan om de keuzes van het hart te blokkeren en deze keuzes worden meestal gemaakt uit angst. Angst voor het onbekende. (zie ook ego - angst – hoofd en hart bewustzijn – hoofd en hart) We maken keuzes waar we eigenlijk niet achterstaan maar maken toch die keuzen. Vaak worden de verkeerde keuze gemaakt vanuit het hoofd omdat er geen gevoel is bij gekomen. Ons gevoel vertelt ons heel veel als wij hier naar willen luisteren. Ook dit is een keuze.

Keuzes kunnen ook gemaakt worden vanuit het hart. Keuzes maken vanuit het hart geven een heel andere kijk op het leven en worden gemaakt uit liefde. (zie ook liefde) Keuzes maken is bewustwording. Goede keuzes maak je door te luisteren naar je hart. In je hart zetelt de ziel, het gevoel. Soms weet je al op voorhand wat voor keuze je zal maken, dit komt voort uit ervaring. De ziel vertelt jou het antwoord van de keuze. Wat zegt je gevoel jou over een te maken keuze. Door te voelen wat iets met je doet ben je in staat om een keuze te maken. Richt je op wat jij vindt en voelt en laat de buitenwereld hiermee buiten beschouwing.

Keuzes maken is verantwoording voor ons zelf nemen en waarin de buitenwereld geen invloed op hoort te hebben. Natuurlijk kunnen wij een ander raadplegen over een keuze, want soms weten er twee meer dan één, maar onze keuze zal door ons zelf gemaakt moeten worden op eigen kracht

 

Persoonlijke verandering

Keuze maken heeft altijd te maken of wij iets willen veranderen of niet.

Het is een persoonlijke behoefte om te veranderen, en vaak maken wij een keuze als het te laat is. Maar ook dit moet er zijn om bewust te worden. Vaak zitten wij zo diep in de problemen dat het eerst echt fout moet lopen willen wij ons bewust worden en de verantwoording voor ons zelf nemen om te willen veranderen. Kiezen wij voor onszelf of in het belang van anderen?

Vraag jezelf af als je een keuze moet maken “waar kies ik voor?” Benader een probleem of zorg met liefde. Zie het niet als een probleem of zorg maar als een uitdaging. Voel wat er in jezelf gebeurd als je deze vraag stelt, laat alle emoties gewoon komen. Werk de vraag “waar kies ik voor” uit op papier zodat je overzicht krijgt.

Stel jezelf daarna de vraag: “is het realistisch waar ik voor kies”. Werk ook dit antwoord uit. Soms is iets willen niet realistisch en zal er een andere weg gezocht moeten worden. Door jezelf de vragen te stellen krijg je inzicht in jezelf met daarbij de behorende emotie.

Stel jezelf nog een keer de vraag “waar kies ik voor” nadat je de realistische vraag hebt uitgewerkt. Werk dit antwoord uit en maak de keuze en laat het gevolg, de uitslag komen zoals hij zal komen. Alles is goed.

 

 

Een mooi lied hierover is van Van Dikhout – de keuzes die je maakt.

 

"Ervaring geeft ons wijsheid die wij op eigen kracht hebben gevonden" onbekend

 

 

Zie ook andere onderwerpen uit “spirituele bewustwording en wegen”.

 

Cookies helpen ons onze services te leveren. Door onze services te gebruiken, geeft u aan akkoord te gaan met ons gebruik van cookies. OK